Business boys |
Verschillende politici, premier Abraham Kuyper voorop, hadden al vaak
in de Kamer geageerd tegen "de sonden van Sodom". Toen de katholieke
minister van justitie Robert Regout (1863-1913) de zedenwetgeving wilde
aanpassen en hoorde van het Amsterdamse bordeel, liet hij vlak voor de
behandeling van zijn wetsartikel 248-bis een dossier opstellen over hoe
het eraan toeging in huize Kakebeen waar minderjarige jongens werkzaam
waren in de prostitutie. In 1900 werd Adrianus Kakebeen achter de
tralies gezet. De politie pakte hem in 1910 opnieuw op toen hij een
jongensbordeel dreef in De Pijp. Minister Regout vond het zo schokkend dat Kamerleden het alleen in een apart vertrek mochten inzien. Discretie was bovendien vereist omdat de zaak nog onder de rechter was. Zo stond De Kaak zoals zijn bijnaam luidde, aan de wieg van een wetsartikel dat honderden in het ongeluk zou storten. Kakebeen verdween voor enkele jaren achter de tralies en artikel 248-bis werd in 1911 aangenomen. Op gelijkslachtige seks onder de 21 kwam een gevangenisstraf van maximaal vier jaar te staan. De leeftijd voor heteroseks bleef gewoon op zesien. De gruwel betrof geen pedoseksuele contacten. Die vielen onder een ander artikel. Het verbod gold alleen voor contacen met tieners en adolescenten. Eenmaal op vrije voeten begin De Kaak een jongensbordeel in de Grote Bickersstraat en later in een kelder op het Singel. In 1920 bestormde de politie dit pand. Kakebeen kreeg vijf jaar voor het aanzetten tot ontucht en overtreding van het artikel 248-bis. Zijn klanten werden alleen op grond van 248-bis veroordeeld. |
![]() |
![]() |
De Paardenstraat tussen de Amstelstraat en de Amstel vlakbij het Rembrandtplein is een smal straatje dat in de vorige eeuw een slechte reputatie kreeg door met name de jongensprostitutie. |
Eerst kwamen ze uit Roemenië, later uit Tsjechië en Duitsland. Velen zaten zwaar aan de smack (straattaal voor heroïne), even naar de Zeedijk om te scoren en dan weer terug naar de Festival. Een notoire uitbater van jongensbordelen was Adrianus Kakebeen (1851-1941). Met tussenposen bracht hij vele jaren in de gevangenis door. Soms vanwege diefstal, maar meestal omdat hij minderjarige jongens had aangezet tot ‘ontucht’ met mannen. De politie deed geregeld invallen in zijn ‘homobordeel’.Sinds begin jaren ’50 kwamen in dit straatje een reeks barretjes waar men hoerenjongens kon oppikken, zoals Copacabana , Cupido en Cheval Neuf, in 1982 opgevolgd door The Music Box. Deze zaakjes hielden het doorgaans opmerkelijk lang vol. In de Paardenstraat was ook café Madame Arthur gevestigd. Dit café werd geen succes mede door de nabijheid van cafés waar veel jongensprostitués kwamen en de het straatje onveilig maakten.Als laatste verdween The Music Box ergens rond 2015. Het was een kroeg waar zich business boys uit met name Oost-Europa ophielden. Ze zitten in de verste hoek van de donkere pijpela, het cafe dat de naam Festival al lang niet meer waardig is. Jongens van een jaar of vijftien, met namen als Igor of Cornel. Ze komen uit de Tsjechische hoofdstad Praag, Brno of het Roemeense Boekarest, en kennen twee woorden Engels, soms vier woorden Duits. Ze logeren in de Amsterdamse homo-bordelen als het Boys paradise, dat later door de politie werd dichtgetimmerd.
|
![]() |
Tante Ricky
ofwel Ricky Agerbeek werd in de jaren 70 t/m 90 wel de
“Koningin van de Paardenstraat” genoemd. Als transvrouw bestierde zij
in die straat met veel charme de Bodega “Bar Festival, een bar waar
jonge jongens – vaak niet ouder dan 14/15 jaar - zich aanboden voor
seks aan heren die daar behoefte aan hadden. Tante Ricky zorgde goed
voor haar kroost en gaf de kansloze (soms verslaafde) schandknapen vaak
broodjes en krentenbollen te eten. |
![]() |