Parijse nachtleven

After World War I, Paris became one of the nightlife centers in Europe, with focal points in Montmartre, Pigalle, and Montparnasse, and numerous short-lived bars catering to gays and lesbians, surviving between police raids, ruinous scandals, and the public's insatiable thirst for new thrills.
Many establishments were also known for drug trafficking.

Parijs was halverwege de vorige eeuw voor nog veel transgenders een toevluchtsoord. De Zweedse fotograaf Christer Strömholm woonde begin jaren zestig in Parijs en begon portretten van ze te maken. Zijn boek Les Amies De Place Blanche, dat hij in 1983 uitbracht en enkele jaren geleden in een nieuwe uitgave verscheen, geldt inmiddels als een klassieker.

Transpionier Aaïcha Bergamin vluchtte op haar 19e naar Parijs, naar het nachtleven van de travestieten en transseksuelen. Hier kon ze zichzelf worden. 'Ik ben naar Parijs gelift, waar ik verzeild raakte in het nachtleven. Ik was zangeres en gaf een imitatie van Marlene Dietrich. Was ik helemaal. Zong ik Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt. Ik zong Into each life some rain must fall van Nat King Cole, La vie en rose van Edith Piaf. Allemaal live, niks playback. 'Ik was zo groen als gras toen ik in Parijs aankwam. Tussen andere transseksuelen die als vrouw leefden, zag ik wie ik was. Ik heb me ook opgemaakt, heb mijn haar opgestoken en mijn wenkbrauwen geëpileerd. Mijn ziel kwam naar buiten, ik heb me nooit meer afgeschminkt.

Het bekendste variététheater in Parijs was de Moulin Rouge aan de Boulevard de Clichy in de rosse buurt van het quartier Pigalle.

Henri Toulouse Lautrec (1864 - 1901) schilderde het Franse nachtleven van binnenuit. Het was een ode aan de onderste laag van de samenleving, de laag waar hij zelf ook deel van uitmaakte. Hij legde de sfeer vast van het amusement in de cafés en danszalen, zoals Le Chat Noir en Le Moulin Rouge, en vereeuwigde illustere artiesten als Yvette Guilbert en Jane Avril in een krachtige karikaturale stijl.

Toulouse-Lautrec voelde zich thuis in Parijse variététheaters. Hij leerde daar het lelijke maar fascinerende ex-verkoopstertje Yvette Guilbert kennen, de vrouwelijke clown 'Cha-U-Kao', de Spaanse danseres 'La Macarona', de danseres 'Môme Fromage', het blonde meisje van plezier 'La Goulue' en de slangenmens 'Valentin le Désossé' die er de dansen leidde.

Lautrec ging volledig op in het wilde leven van Montmartre, met alle gevolgen van dien. Op 36-jarige leeftijd stierf hij aan de gevolgen van alcoholisme en syfilis.

Moorse dans Toulouse Lautrec


Petite Chaumière
Journalist Willy described the atmosphere in the bar "The Petite Chaumière", catering to foreigners looking for strong sensations:
The pianist gives a prelude to a shimmy, and as if on cue the professionals who are paid to give the viewers a spectacle immediately latch onto one another. They ondulate more than dance, and thrust their pelvises obscenely, shimmying their bosoms and delicately grasping the legs of their trousers, which they raise above their shiny boots with each step forward, all the while winking at the customers. They wear very fine clothing, and some appear to have built up their chests with cotton wadding. Others wear low-cut kimonos, and one of them wears an Oriental costume all in silver lamé.
Willy, Le troisième sexe (1927), p.173-174

In the 1920s there were several balls in the Bastille area, mainly in the Rue de Lappe, where workers, drunken sailors, and colonial soldiers gathered to dance. It wasn't strictly a homosexual milieu, but men could dance together, and you could find a partner for the night.
Daniel Guérin described one of the dens as a place where "[...] workmen, prostitutes, society women, johns, and aunties all danced. In those relaxed and natural days, before the cops took over France, a chevalier could go out in public with a mate of the same sex, without being considered crazy.» On the other hand, Willy presents a completely different aspect of the milieu, "What you see are little delinquents, not too carefully washed but heavily made up, with caps on their heads and sporting brightly colored foulards; these are the guys who, when they fail to make a buck here, will certainly be found hauling coal or other cargo."[29]
The so-called bal de folles, and later bal de invertis, flourished in Paris after the I World War, and even in other French cities as Toulon.

Bal Musette
In Paris, homosexuals were attracted mainly to the Bal Musette de la Montaigne de Sainte-Geneviève, in the number 46 of the Rue Montaigne de Sainte-Geneviève, where you could find gays and lesbians.
Later, the big balls for carnival attracted a gay public, as the one celebrated yearly in the Magic-City, in the Rue l'Université, 180, inaugurated in 1920, and active until the prohibition on February 6, 1934. In time, the "Carnaval interlope" in Magic-City became a big event, visited by prominent vedette from the varietés, like Mistinguett, or Joséphine Baker, that handed over awards to the best drag queens.

The Bal Wagram offered the opportunity to cross dress twice a year; at 1 a.m., the drag queens did the pont aux travestis, a costume competition, doing the catwalk in front of the most selected people of Paris, that came to walk on the wild side for a night.[28] The drag queens participating came from all walks of life, and ages, and presented a savage satire of the society, its values, and its traditional hierarchies, with images of exaggerated femininity, and masculinity: countesses dressed in crinoline, crazy virgins, oriental dancers, sailors, ruffians, or soldiers; theirs names were correspondingly colorful: Duchess of the Bubble, the Infante Eudoxie, the Mauve Mouse; the Dark One, Sweetie Pie, Fréda, the Englishwoman, Mad Maria, the Muse, the Teapot, the She-wolf, Sappho, Wet Cat, Little Piano, Princess of the Marshes, Marguerite if Burgundy, etc.[29] Charles Étienne, in his novel Notre-Dame-de-Lesbos, describes "Didine" in following fashion:
Stuffed into a yellow brocade dress, wearing a red wig topped by a trembling tiara of paste, the dress low-cut and in the back naked to the waist, revealing the physique of a prize fighter, a man climbed the staircase, twisting adroitly and with meticulous gestures lifting the long train of her skirts.
— Charles Étienne, Notre-Dame-de-Lesbos; translation Tamagne (2006)

Many of the onlooker just went to insult and harass the gays participating, as Charles Étienne describes in his novel Le Bal des folles:
After the bruising attack outside, here the reception was more restrained, but quite as bitter, inside. All along the balustrade, clusters of people perched, climbed, and packed together to the point of smothering, raised a mocking jeer: two hundred heads with eyes flaming and mouths hurling insults [...] a Greek chorus of poisonous epithets, ridicule, and slurs [...]
— Charles Étienne, Le Bal des folles; translation Tamagne (2006)

De Frans-Amerikaanse Josephine Baker (1906 - 1975) Toen ze in 1925 naar Frankrijk verhuisde, bereikte haar carrière als danseres een nieuw hoogtepunt. Théâtre. Haar manier van dansen kwam voor het overzeese publiek exotisch over, maar werd al snel en met veel enthousiasme omarmd. Een van de dansen waar ze bekend om stond, was de Amerikaanse swingdans The Charleston

Moulin Rouge

Madame Arthur

Carousel de Paris

Monocle Nachtclub voor lesbiennes

Queer Paris

Applaus voor de transgender pioniers van toen

Als je een aanvulling of opmerking hebt over deze site dan kun je een mailtje sturen naar Transarchief