Transsekswerkers over hun beroep



Rond de jaren vijftig en zestig waren de Amsterdamse tippelroutes de Leidsestraat, Weteringschans en Frederiksplein.

In de vernieuwde APV, aangenomen in 1955, werden de regels verscherpt: voorafgaande waarschuwing door een politieagent van een straatprostituee was niet meer nodig en voortaan was het personen verboden zich ergens in de openbare ruimte “te bevinden met het kennelijke doel om tot het plegen van ontucht uit te lokken”. In december 1959 voerden zeden- en straatpolitie op de Wallen een grote actie uit tegen bordeel- en raam- maar ook tippelprostitutie. Bordeelhouders en oneerbaar geklede en opdringerige prostituees werden geverbaliseerd en werden verhoord op het politiebureau, en werd een oproep voor terechtzitting meegeven, waarna zij weer op vrije voeten werden gesteld.

Raadslid Bob van Schijndel stelde in 1983 als wenselijker beleid voor: "prostitutie te integreren in de samenleving"; en tippelprostitutie in intensieve horecagebieden te tolereren, of anders een alternatief werkterrein voor straatprostitutie aan te wijzen waar de prostituees veilig en hygiënisch kunnen werken.

In de jaren zeventig en zeker nog in 1985 lijkt straatprostitutie zich vooral te hebben afgespeeld rond de Utrechtsestraat.

Ongeveer 5 procent van de prostituees is transseksueel, transgender of travestiet. Ter vergelijking: in Italië is naar schatting vijftig procent transgender of transseksueel.

Zeker op de Amsterdamse tippelzone is er een toename van het aantal transsekswerkers merkbaar. In 1992 bestond één procent van de bezoekers van de Huiskamer in Amsterdam uit travestieten en transseksuelen, na de verhuizing naar de Theemsweg was dat inmiddels zo'n 70 procent.
Waar komt die grote toename vandaan?
De laatste jaren vinden veel mannen transgenders spannend. zegt Elène Vis: "Je moet je niet vergissen in hoeveel mannen homoseksualiteit toch sluimert. Ze durven niet met een man, maar wel met een she-male.''

Shirley, een transvrouw zonder geslachtsverandering vertelt. "Dit betekent dat ik mijn penis nog heb. De klanten die ik ontvang zijn wel echt op zoek naar wat ik hen te bieden heb. Namelijk een vrouwelijk uiterlijk, maar een mannelijk geslachtsdeel. Ik krijg vaak mannen over de vloer die niet eerlijk tegen hun vrouw durven te zeggen wat zij nou echt lekker en geil vinden in de slaapkamer. Als je als man door een vrouw met een lul genomen wilt worden, wordt de stempel ‘homo’ helaas nog vaak op je gedrukt. Bij mij is die barrière er niet en kunnen ze dus echt helemaal zichzelf zijn."

Transgender sekswerkers over hun baan: “De maatschappij begrijpt onze identiteit nog niet genoeg”

De groep verslaafden die de tippelzone eerst bevolkte is, zo wordt aangenomen, in de stad gebleven en kleiner geworden. In Nederland zijn vooral veel Latijns-Amerikaanse transgenders in de prostitutie werkzaam en zij komen met name uit Ecuador. Sinds enkele jaren worden er ook meer uit het Oostblok gesignaleerd. Een klein groepje is afkomstig uit Afrika en een enkeling uit Nederland.

Het is lastig te meten hoeveel transseksuelen actief zijn in de prostitutie. De mobiliteit die deze groep kenmerkt bemoeilijkt een goed overzicht. Bovendien is nauwelijks na te gaan wat de samenstelling is van clubs, privé-huizen en raambordelen. In een onderzoek van de GG&GD en Stichting Soa-bestrijding van dit jaar wordt het aantal geschat op ongeveer duizend. Het merendeel is man noch vrouw en is niet verslaafd aan drugs. Bovendien verblijft het gros illegaal in Nederland, waar ze makkelijk geld voor 'de operatie' kunnen verdienen en dat bovendien een tolerant klimaat heeft. Niet zelden is er sprake van gedwongen prostitutie. Een gevolg van de illegaliteit is onder meer een verhoogd risico op ziektes en infecties. Illegale transseksuelen en transgenders die prostitueren, nemen veelal zonder medische begeleiding op de zwarte markt aangeschafte medicijnen en hormonen in en dienen zichzelf vloeibare siliconen toe of babyolie. Een ander gevolg is dat velen van hen op de tippelzones zijn aangewezen, waar ze, behalve in Utrecht, worden gedoogd. Een aanzienlijk kleinere groep werkt in clubs, privé-huizen en voor escortservices.

Elène Vis, al twintig jaar eigenaresse van escortservices als Stars Entertainment en À la carte, werkt met zes transgenders en een wisselend aantal travestieten. "U wilt twee meisjes voor drie uur? Dat is 850 gulden.'' ,,Wat heb je in gedachten? We hebben meisjes van 19 tot 29.'' Terwijl ze klanten aan de telefoon te woord staat, vertelt ze dat ze ongeveer een jaar geleden met transgenders en travestieten begon, toen er opeens veel naar werd gevraagd. Een klant betaalt bij haar 450 gulden per uur. De transgenders houden er 200 tot 250 gulden aan over. Op de tippelzone, zo vertelt een transseksuele prostituee, verdienen de jonge 'meisjes' als ze veel geluk hebben 400 gulden in een nacht, de ouderen verdienen soms helemaal niets.




Patricia (38) uit Roemenië is zeven jaar is ze in Nederland, waar ze ook vrouw werd. Ze ontvluchtte Roemenië waar ze dusdanig werd gediscrimineerd dat ze asiel kreeg in Nederland. In haar huis, versierd met opvallend veel iconen, vertelt ze dat ze begon te prostitueren om geld te verdienen voor elektrische ontharing. Deze behandeling kreeg ze slechts gedeeltelijk vergoed. Patricia werkt nog steeds af en toe op de tippelzone - ,,als ik geld nodig heb'' - maar komt daar ook als Vip. Ze deelt folders uit, praat over de soms agressieve klanten, de risico's van siliconen en hormonen, maar ook over identiteitsproblematiek en intolerantie waar transgenders ook in Nederland volgens haar vaak last van hebben. Volgens Patricia is haar werk erg belangrijk, zeker waar het veilige seks betreft. ,,Veel illegalen doen het zonder, dan kun je meer verdienen.''

In tegenstelling tot de cis-sekswerker, krijgen transsekswerkers meer te maken met transfobie. vertelt Touryah die al meer dan 15 jaar in het vak zit.  "Wij zien helaas nog steeds heel veel geweld in ons werkveld terug. Er zijn veel mensen die zich aangetrokken voelen tot seks met een trans, maar daar vanbinnen mee worstelen. Dit kan bijvoorbeeld komen door culturele achtergrond of geloof. Op het moment dat zij zich er toch aan overgeven en het hoogtepunt is geweest, komt die worsteling en woede naar boven. Het gevoel van afkeuring door de maatschappij overheerst dan en dat kan gevaarlijk zijn. Die woede en opkropping kan dan namelijk uitmonden in fysiek geweld. Dat is helaas iets waar wij altijd voor op onze hoede moeten zijn.”

Transgender sekswerkers over hun baan

Een groot deel van de prostituees is verslaafd aan heroïne of andere middelen: volgens van Schijndel circa 50%, volgens de gemeente circa 80% van de prostituées. Bewoners klaagden over overlast, maar met name over de hinder van de handel in de verdovende middelen, en het vele autoverkeer, lawaai en weggeworpen condooms en spuiten op straat, het urineren in de portieken, agressief gedrag van prostituees en souteneurs. 

Bij een onderzoek naar de Hiv-besmetting gebaseerd op tests onder 55 prostituees, van wie 25 transgender, kwam uit dat 24 procent besmet was. Bij een onderzoek van de Amsterdamse GG&GD bij 17 transgenders was twee van hen Hiv-geïnfecteerd, ofwel 9 procent. Daarnaast bleek dat de transgenders en transseksuelen op de tippelzones leden  aan seksueel overdraagbare aandoeningen als syfilis, gonorroe en chlamydia.

In de Utrechtsestraat liepen in de jaren 70 travestieten te paraderen in herenondergoed, want dameslingerie was toen voor mannen strafbaar om heren uit te lokken tot het plegen van ontucht.
Terwijl vele auto's stapvoets passeren, lonken de “dames” naar de heren die in hun auto langsrijden. Veel verschil tussen travestieten en vrouwen zie je niet. ,,Let op de kleding'', zegt een transseksueel: ”De vrouwen zijn minder verzorgd.'' Pas na middernacht komen de vrouwen op straat die getekend zijn door jarenlange verslaving aan harddrugs. De 'afwerkplekken' bevinden zich op een steenworp afstand.  Laura Lee, een van de diva’s van Madame Arthur tippelde er ook.

Het optreden van de gemeente hierbij bestaat uit: het aanhouden van prostituees op grond van het tippelverbod (verhoor op politiebureau, het meegeven van een oproep voor terechtzitting en vervolgens weer op vrije voeten stellen..

De gemeente stelde in 1985 weliswaar, dat gemeentelijk beleid mede gericht moet zijn op aanvaarding van prostitutie, en op integratie van prostitutie in de samenleving, maar deed ten aanzien van straatprostitutie geen andere voorstellen dan deze te blijven weren uit de Utrechtsebuurt.
Vanwege klachten van buurtbewoners werd in 1985 de straatprostitutie in de Utrechtse straat verplaatst naar de De Ruijterkade bij het Centraal Station en de Piet Heinkade in het Oostelijk Havengebied. Op de tippelzone werd een 'huiskamer' ingericht, waar onder andere medische hulp werd geboden aan de prostituees.

Mooie meisjes zijn het, die er staan in afgedankte bushokjes. Laklaarzen tot boven de knieën hebben ze aan, stilettohakken en zwarte lange jassen met weinig eronder. Een hoogblonde draagt een gehaakt doorkijkrokje en een onthullende panter-bh, een opmerkelijk lange vrouw is gehuld in een lichtblauw gewaad met split tot aan haar heupen.  Onder hen zijn vele transseksuelen, travestieten en transgenders. Veel verschil tussen hen en de vrouwen zie je niet. ,,Let op de kleding'', zegt een transseksueel, ,,de vrouwen zijn minder verzorgd.'' Terwijl vele auto's stapvoets passeren, lonken de dames. De 'afwerkplekken' bevinden zich op een steenworp afstand.

Vanaf het begin bleven vooral de verslaafde prostituees – voor wie de zone vermoedelijk vooral bedoeld was – weg van deze zone, want de locatie was voor hen moeilijk bereikbaar en onaantrekkelijk.

Na oktober 2000, toen het landelijke bordeelverbod werd opgeheven, nam in Nederland het aantal illegale Oost-Europese straatprostituees toe. Ook op de Amsterdamse tippelzone waren zij aanwezig. Op zeker moment bepaalde een grote groep illegale Bulgaarse en Roemeense vrouwen het beeld van de Theemsweg.In mivi 15 december 2003 werd de tippelzone aan de Theemsweg gesloten.wegens te zeer aanwezige georganiseerde criminaliteit.

In een onderzoek van Wagenaar en Altink (2013) vertelden een paar mannelijke (migranten) sekswerkers over hun klanten. Geweld speelde soms een rol. Een van de mannelijke respondenten was bijvoorbeeld  door een klacht verkracht en bestolen. Aan de andere kant beroofden enkele mannelijke collega’s  soms hun eigen klanten. Maar over het algemeen krijgt men het beeld dat mannelijke klanten van mannelijke sekswerkers zich rustig houden uit angst voor chantage. Een enkeling geeft aan vriendschappelijk om te gaan met vaste klanten.

Het precieze verloop van de gebeurtenissen daarna is niet duidelijk. Er zijn berichten dat "geweldsincidenten", en "overlast" rond de tippelzone toenamen, en dat er "aanwijzingen waren van gedwongen prostitutie". Andere bronnen spreken bovendien van enige wapenhandel en enige drugshandel op de tippelzone.

Er zijn verschillende organisaties die zich inzetten voor transseksuelen en transgenders die prostitueren. Humanitas in Rotterdam bijvoorbeeld biedt voorlichting en hulp bij juridische problemen en huisvesting. Een organisatie als Esperanza, die vooral is bedoeld voor Latijns-Amerikaanse vrouwen, zorgt eveneens voor opvang en juridische hulp. De Stichting soa-bestrijding probeert sinds een jaar of vijf via Vips (voorlichters in prostitutie) op landelijk niveau voorlichting te geven in samenwerking met de GG&GD's.Stichting De Rode Draad, opgericht in 1985, stelde zich ten doel de positie van sekswerkers te verbeteren.en zich actief bezig hield om misstanden aan de kaak te stellen, werd in 2009 opgeheven wegens de stopzetting van de subsidie. Opvolger voor de belangen van sekswerkers werd de vereniging PROUD en Trans United, een organisatie die trans-specifieke zorg aanbiedt en beleidsadviezen geeft met betrekking tot trans-sekswerk, hiv en bestrijding van racisme en twee keer per maand bijeenkomsten organiseert voor transpersonen en hun omgeving.