Homo-emancipatie in Nederland



Nederland was aan het begin van de 20e eeuw een zeer conservatief land, maat wat betreft de wetgeving liep het toch redelijk voor op de rest van de wereld. In 1811 was Nederland bezet door Frankrijk en zij introduceerden hier een vorm van strafrecht waarin een scherp ondersheid werd gemaakt tussen kerk en staat. Waar eerder op prostitutie en homoseksualiteit nog formeel de doodstraf stond, was dat aan het begin van de 19e eeuw niet meer mogelijk. Een eeuw later, in 1908, kwam er een volledig christelijke regering aan de macht (kabinet Heemskerk), die een deel van de wetten uit 1811 terugschroefde. Voorbehoedsmiddelen werden aan banden gelegd, prostitutie werd verboden en de minimumleeftijd voor homoseksualtiteit werd verhoogd van 16 naar 21 jaar. Via omwegen werd ook openlijk vertoon van afwijkend gedrag hard bestreden. Dit werd pas in 1971 weer gelijkgetrokken met heteroseksualiteit.

Voor de oorlog kende Nederland nauwelijks een homoseksuele subcultuur, Berlijn, dat was de gay capital of Europe. Daar bloeiden de homoseksuele subcultuur, daar waren nichtenkits, werden tijdschriften uitgegeven en feesten georganiseerd. Daar kon je je als homoseksuele man of vrouw vertonen en vermaken.


In tegenstelling tot Berlijn ging het er in Nederland allemaal wat grijzer en grauwer aan toe. Homokroegen waren er nauwelijks en homoseksuelen leidden een dubbelleven. Velen waren getrouwd. Over homoseksualiteit werd vooral heel veel en heel hard gezwegen. Wel waren er hier en daar kroegen waar de homoseksueel van die tijd naartoe kon gaan en anders kon hij nog wel in het park of bij het urinoir aan zijn trekken komen.

De dicher en onderwijzer Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) was een geliefde onderwijzer, totdat hij door zijn homoseksualiteit in conflict kwam met de maatschappij en het geloof. In 1924 werd hij wegens een seksueel contact met een minderjarige van 16 jaar veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf op basis van artikel 248-bis van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien mocht hij zijn onderwijzersambt gedurende drie jaar niet meer uitoefenen. Hij kwam uit de gevangenis als een gebroken man. Na zijn vrijlating trok hij zich terug in het Gelderse Eerbeek, en wijdde zich geheel aan de literatuur. In de jaren dertig werd hij steeds ziekelijker. Hij was wekenlang ziek na een gedichtenbui. Hij overleed in 1939 op 51-jarige leeftijd aan een hartkwaal.

Enkelen ontsnapten aan vervolging, zoals dichter Hans Lodeizen, waarschijnlijk dankzij zijn invloedrijke vader. Maar ze ontkwamen niet aan pek en veren. Schrijfster Anna Blaman moest zich verantwoorden in een literair tribunaal waar schande over haar werk werd gesproken. Dichter P.C. Boutens kreeg geen lintje, omdat hij thuis verdacht herenbezoek ontving en jongens zou oppikken..

Om verdere zedeloosheid te voorkomen werd in 1939 de Haagse Politie Verordering uitgebreid met het verbod langer dan vijf minuten op een publiek toilet te verblijven - een artikel dat Amsterdam in 1955 overnam. Lesbiennes mochten zich volgens de APV niet hullen in "kleding van de kunne waartoe men niet behoort:. Het artikel stond bekend als het pantalonverbod voor vrouwen.

Vlak voor de oorlog probeerde Nico Engelschman onder de schuilnaam Bob Angelo, dat zwijgen te doorbreken. Hij publiceerde een tijdschrift voor homoseksuelen: Levensrecht, Maandblad voor vriendschap en vrijheid. Het verscheen op een allerongelukkigst moment. Het derde nummer werd rond 10 mei 1940 gedrukt. Uit angst voor de Duitsers verdween de gehele oplage in de Reguliersgracht, en ook het adressenbestand en de correspondentie werden vernietigd. Die angst voor de nazi’s was overigens niet overdreven. Engelschman en zijn vrienden wisten wat er boven hun hoofd hing. In de strenge nazi-hiërarchie stond de arische heteroseksuele man boven aan. De vrouw was er om kinderen te baren. En voor homoseksuelen was er geen plaats. Homoseksuele mannen waren vijanden van het Duitse volk. Ze waren staatsgevaarlijk, omdat ze niet bijdroegen aan de vermenigvuldiging van het Germaanse ras. Bovendien konden ze andere mannen besmetten, waardoor ook die geen kinderen meer zouden verwekken. Die afkeuring van homoseksuelen was in dit geval niet zozeer moreel, als wel politiek-ideologisch, hoewel de nazi’s natuurlijk, zeker met hun propaganda, aansloten bij een eeuwenlange intolerantie ten aanzien van homoseksuelen. In de bezette stamverwante gebieden, waaronder Nederland, werd net als in Duitsland tegen homoseksualiteit opgetreden. Daar waren de oprichters van Levensrecht zich allemaal dus terdege van bewust toen ze hun blad in de gracht kieperden. Overigens gold dit allemaal niet voor lesbische vrouwen. In de wet werden vrouwen in dit verband niet genoemd. In de patriarchale maatschappij leverden lesbische vrouwen minder gevaar op, ze waren sowieso ondergeschikt aan de man. Maar die homomannen, die vormden een probleem. Was een homoseksueel eenmaal opgepakt en verdween hij in een concentratiekamp, dan kreeg hij een roze driehoek op zijn kampkleding, om aan te geven dat hij homoseksueel was. Voor lesbische vrouwen bestond er geen apart herkenningsteken. Ze werden gerangschikt onder de politieke gevangenen en kregen meestal een zwarte driehoek. Niek Engelschman overleefde de oorlog en nam na de oorlog onder zijn schuilnaam Bob Angelo de draad weer op met het uitgeven van zijn blad Levensrecht. Voor de lezers ervan belegde hij bijeenkomsten, terwijl de politie en de overheid met argusogen toekeken. Uit die bijeenkomsten ontstond het ‘Wetenschappelijk, Cultureel- en Ontspanningscentrum “Shakespeareclub”. In 1949 wordt die naam veranderd in het Cultuur- en Ontspanningscentrum, het COC, dat sindsdien onafgebroken onder meer voor de rechten van homoseksuele mannen en vrouwen opkomt.Gedurende de jaren na de oorlog hadden de homoseksuele mannen en vrouwen de wind mee, zeker ook door de seksuele revolutie. Homoseksuelen kwamen niet alleen voorzichtig uit de kast, maar al die homoseksuelen, homofielen, flikkers, nichten, mietjes, potten en lesbo’s en hoe ze zich allemaal ook noemden, werden zichtbaar en voeren geen schuilnaam - niks geen gezwijg meer. Ze kwamen op allerlei manieren op voor hun rechten.Zo schreef Gerard Reve vanaf midden jaren zestig in zijn boeken expliciet over homoseksualiteit. Albert Mol vertelde als eerste artiest op de televisie dat hij homoseksueel was. Robert Long wond er in zijn liedteksten op de lp’s Vroeger of later en Levenslang geen doekjes om. Ze sloegen in als een bom. Samen met Leen Jongewaard maakte hij drie spraakmakende cabaretprogramma’s. Henk Krol gaf en geeft al jaren met succes de Gay Krant uit en was een van de initiators van wat in de volksmond abusievelijk het ‘homohuwelijk’ wordt genoemd. Er kwamen politieke homoverenigingen, er kwamen homosportverenigingen, met ludieke namen als volleybalclub Lange poten en Netzo, de wandelvereniging De potige dames, de tennisclub Smashing pink en de zwemvereniging Spetters. En Amsterdam groeide uit tot gay capital van de wereld.


De Gay Games werden naar Amsterdam gehaald en een paar dagen zag de stad helemaal roze. Aids leek roet in het eten te gooien, maar kon toch de emancipatie niet terugdraaien. En de roze driehoek, die de gevangenen in de kampen moesten dragen, droeg de homoseksuele vrouw of man in de jaren tachtig met trots op haar of zijn kleding. Het brandmerk was een geuzenteken geworden.

Die roze driehoek is ook verwerkt in het Homomonument, ontworpen door Karin Daan, aan de voet van de Westertoren dat op 5 september 1987 officieel werd onthuld. In 1970 wilde een aantal homoseksuele jongeren tijdens de nationale Dodenherdenking op de Dam een krans leggen voor de omgekomen homoseksuelen. Ze werden echter tegengehouden. De krans werd hen afgenomen en twee van hen werden gearresteerd wegens ordeverstoring. De homoseksuelen mochten niet mee doen aan de officiële herdenking. Van de oorlog was weinig geleerd. Door verschillende onderzoekers en journalisten, onder wie Jan Rogier en Rob Tielman, was al geageerd tegen het feit dat homoseksuelen buiten de officiële geschiedenis werden gehouden. In het boekwerk over de Tweede Wereldoorlog van L. de Jong werd het woord homoseksualiteit nauwelijks genoemd. Homoseksuelen werden niet alleen bij de nationale dodenherdenking geweerd, maar ook uit de geschiedenis. Uiteindelijk hebben de homoseksuelen dus voor hun eigen monument gezorgd. Het zijn drie roze driehoeken van graniet, die samen een vierde driehoek vormen. Het ligt er nu alweer bijna twintig jaar, en elke 4 mei leggen homoseksuelen van verschillend pluimage er een krans of bloemen… Er liggen op dat monument overigens bijna elke dag bloemen. In de musical Foxtrot moest de mannelijke hoofdpersoon Willem Nijholt zijn vriend een zoen geven. Soms werd er uit het publiek dan gescholden: ‘Vuile poten!’ Nijholt vroeg of de kus eruit mocht, hij vond de afkeuring van het publiek vervelend. Maar van Annie M.G. Schmidt kreeg hij de wind van voren: ‘Zeur niet, jongen, je doet pionierswerk!’ We hebben het over 1977, nog geen veertig jaar geleden. De wortels van de homo-emancipatie gaan dus niet diep. Dertig jaar geleden kon een acteur op een podium die zijn medespeler een kuise fictionele zoen gaf nog uitgescholden worden. Dertig jaar geleden was er nog geen plek voor een Homomonument. Dertig jaar geleden werden de homo’s nog uit de geschiedenis geweerd. En het burgerlijk huwelijk staat pas vijf jaar open voor gelijkgeslachtelijke paren. Thijs Bartels, 12 april 2006 Historisch Cafe - recentste column

Roze zaterdag - Gay Pride

Hoewel in New York al in 1970 de eerste Gay Pride Parade werd gehouden, vond in Amsterdam pas in 1977 de eerste grote homodemonstratie plaats. Deze was echter niet gericht op de binnenlandse situatie, maar vond plaats uit internationale solidariteit en met name tegen de antihomo-campagne van de Amerikaanse puritiste Anita Bryant. Dit werd een jaarlijks evenement, dat sinds 1979 Roze Zaterdag heet. Vanaf 1981 vond deze echter niet meer in Amsterdam plaats, maar elk jaar in een andere stad en kreeg toen ook thema's die betrekking hebben op de Nederlandse samenleving. Amsterdam Gay Pride is een feestelijk evenement met een homocultureel karakter. Het wordt sinds 1996 jaarlijks gedurende het eerste weekend van augustus gehouden in de binnenstad van Amsterdam.



Anders dan de naam doet vermoeden heeft dit evenement oorspronkelijk niet het demonstratieve protestkarakter van de Gay Pride Parades elders in de wereld. Hoogtepunt van de Amsterdam Gay Pride is de Canal Parade, een bonte stoet van boten die op de eerste zaterdag van augustus door de grachten vaart.Gay Games. Dit sportevenement werd in 1980 in het leven geroepen door Tom Waddell, een homoseksuele Amerikaanse olympische tienkamper. Zijn doel was het tot stand brengen van een sportevenement, dat vrij was van homofobie. Oorspronkelijk zou het naar voorbeeld van de Olympische Spelen georganiseerde evenement 'Gay Olympics' heten, maar het Nationaal Olympisch Comité liet het gebruik van de naam 'Olympics' gerechtelijk verbieden. De eerste Gay Games vonden plaats in 1982 in San Francisco, Het evenement is inmiddels uitgegroeid tot ongeveer 30 takken van sport met ongeveer 13.000 deelnemers en behoort het tot de wereldwijd grootste breedtesporttoernooien. Naast het sportprogramma is er ook een omvangrijk cultuurprogramma met koor- en muziekuitvoeringen, tentoonstellingen en theater- en kleinkunstvoorstellingen. Het evenement begint met een openingsfeest en duurt in de regel een week. De afsluiting wordt gevormd door een slotceremonie met de overdracht van de symbolen aan de gastheer van de volgende spelen.In 2006 kwam het tot een schisma. In het Canadese Montreal vonden, parallel met de Gay Games in Chicago, de eerste World Outgames plaats. Sinds 2009 worden deze nu in een verschoven ritme ook iedere vier jaar georganiseerd. In 1998 werden de Gay Games gehouden in Amsterdam.‘BEWAAR ME VOOR DE WAANZIN VAN HET RECHT’ Homoseksualiteit en strafrecht in Nederland / Gert Hekma en Theo van der Meer (redactie) AMB Diemen, 2011I. - In: Ons Amsterdam; vol./jrg.: 56 (2004), nr. 4 (april), pp. 150-154


Websites