Homo-emancipatie
in Nederland |
De dicher en onderwijzer Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) was een geliefde onderwijzer, totdat hij door zijn homoseksualiteit in conflict kwam met de maatschappij en het geloof. In 1924 werd hij wegens een seksueel contact met een minderjarige van 16 jaar veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf op basis van artikel 248-bis van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien mocht hij zijn onderwijzersambt gedurende drie jaar niet meer uitoefenen. Hij kwam uit de gevangenis als een gebroken man. Na zijn vrijlating trok hij zich terug in het Gelderse Eerbeek, en wijdde zich geheel aan de literatuur. In de jaren dertig werd hij steeds ziekelijker. Hij was wekenlang ziek na een gedichtenbui. Hij overleed in 1939 op 51-jarige leeftijd aan een hartkwaal.
Enkelen ontsnapten aan vervolging, zoals dichter Hans Lodeizen, waarschijnlijk dankzij zijn invloedrijke vader. Maar ze ontkwamen niet aan pek en veren. Schrijfster Anna Blaman moest zich verantwoorden in een literair tribunaal waar schande over haar werk werd gesproken. Dichter P.C. Boutens kreeg geen lintje, omdat hij thuis verdacht herenbezoek ontving en jongens zou oppikken..
Om verdere zedeloosheid te voorkomen werd in 1939 de Haagse Politie Verordering uitgebreid met het verbod langer dan vijf minuten op een publiek toilet te verblijven - een artikel dat Amsterdam in 1955 overnam. Lesbiennes mochten zich volgens de APV niet hullen in "kleding van de kunne waartoe men niet behoort:. Het artikel stond bekend als het pantalonverbod voor vrouwen.
Vlak
voor de oorlog probeerde Nico
Engelschman onder de schuilnaam Bob
Angelo, dat zwijgen te doorbreken. Hij publiceerde een tijdschrift voor
homoseksuelen: Levensrecht, Maandblad voor vriendschap en
vrijheid. Het verscheen op een allerongelukkigst moment. Het
derde nummer werd rond 10 mei 1940 gedrukt. Uit angst voor de Duitsers
verdween de gehele oplage in de Reguliersgracht, en ook het
adressenbestand en de correspondentie werden vernietigd. Die angst voor
de nazi’s was overigens niet overdreven. Engelschman en zijn vrienden
wisten wat er boven hun hoofd hing. In de strenge nazi-hiërarchie stond
de arische heteroseksuele man boven aan. De vrouw was er om kinderen te
baren. En voor homoseksuelen was er geen plaats. Homoseksuele mannen
waren vijanden van het Duitse volk. Ze waren staatsgevaarlijk, omdat ze
niet bijdroegen aan de vermenigvuldiging van het Germaanse ras.
Bovendien konden ze andere mannen besmetten, waardoor ook die geen
kinderen meer zouden verwekken. Die afkeuring van homoseksuelen was in
dit geval niet zozeer moreel, als wel politiek-ideologisch, hoewel de
nazi’s natuurlijk, zeker met hun propaganda, aansloten bij een
eeuwenlange intolerantie ten aanzien van homoseksuelen. In de bezette
stamverwante gebieden, waaronder Nederland, werd net als in Duitsland
tegen homoseksualiteit opgetreden. Daar waren de oprichters van Levensrecht
zich allemaal dus terdege van bewust toen ze hun blad in de gracht
kieperden. Overigens gold dit allemaal niet voor lesbische vrouwen. In
de wet werden vrouwen in dit verband niet genoemd. In de patriarchale
maatschappij leverden lesbische vrouwen minder gevaar op, ze waren
sowieso ondergeschikt aan de man. Maar die homomannen, die vormden een
probleem. Was een homoseksueel eenmaal opgepakt en verdween hij in een
concentratiekamp, dan kreeg hij een roze driehoek op zijn kampkleding,
om aan te geven dat hij homoseksueel was. Voor lesbische vrouwen
bestond er geen apart herkenningsteken. Ze werden gerangschikt onder de
politieke gevangenen en kregen meestal een zwarte driehoek. Niek
Engelschman overleefde de oorlog en nam na de oorlog onder zijn
schuilnaam Bob Angelo de draad weer op met het uitgeven van zijn blad Levensrecht.
Voor de lezers ervan belegde hij bijeenkomsten, terwijl de politie en
de overheid met argusogen toekeken. Uit die bijeenkomsten ontstond het
‘Wetenschappelijk, Cultureel- en Ontspanningscentrum “Shakespeareclub”.
In 1949 wordt die naam veranderd in het Cultuur- en
Ontspanningscentrum, het COC, dat sindsdien onafgebroken onder meer
voor de rechten van homoseksuele mannen en vrouwen opkomt.Gedurende
de jaren na de oorlog hadden de homoseksuele mannen en vrouwen de wind
mee, zeker ook door de seksuele revolutie. Homoseksuelen kwamen niet
alleen voorzichtig uit de kast, maar al die homoseksuelen, homofielen,
flikkers, nichten, mietjes, potten en lesbo’s en hoe ze zich allemaal
ook noemden, werden zichtbaar en voeren geen schuilnaam - niks geen
gezwijg meer. Ze kwamen op allerlei manieren op voor hun
rechten.Zo
schreef Gerard Reve
vanaf midden jaren zestig in zijn boeken expliciet
over homoseksualiteit. Albert
Mol vertelde als eerste artiest op de
televisie dat hij homoseksueel was. Robert
Long wond er in zijn
liedteksten op de lp’s Vroeger of later en Levenslang
geen doekjes om. Ze sloegen in als een bom. Samen met Leen Jongewaard
maakte hij drie spraakmakende cabaretprogramma’s. Henk Krol gaf en
geeft al jaren met succes de Gay Krant uit en was
een van de initiators van wat in de volksmond abusievelijk het
‘homohuwelijk’ wordt genoemd. Er kwamen politieke homoverenigingen, er
kwamen homosportverenigingen, met ludieke namen als volleybalclub Lange
poten en Netzo, de wandelvereniging De potige dames, de tennisclub
Smashing pink en de zwemvereniging Spetters. En Amsterdam groeide uit
tot gay capital van de wereld.
De Gay Games werden naar Amsterdam
gehaald en een paar dagen zag de stad helemaal roze. Aids
leek roet in
het eten te gooien, maar kon toch de emancipatie niet terugdraaien. En
de roze driehoek, die de gevangenen in de kampen moesten dragen, droeg
de homoseksuele vrouw of man in de jaren tachtig met trots op haar of
zijn kleding. Het brandmerk was een geuzenteken geworden.
Die
roze driehoek is ook verwerkt in het Homomonument,
ontworpen door Karin Daan, aan de voet van de Westertoren dat op 5
september 1987 officieel
werd onthuld. In 1970 wilde een aantal homoseksuele jongeren tijdens de
nationale Dodenherdenking op de Dam een krans leggen voor de omgekomen
homoseksuelen. Ze werden echter tegengehouden. De krans werd hen
afgenomen en twee van hen werden gearresteerd wegens ordeverstoring. De
homoseksuelen mochten niet mee doen aan de officiële herdenking. Van de
oorlog was weinig geleerd. Door verschillende onderzoekers en
journalisten, onder wie Jan Rogier en Rob Tielman, was al geageerd
tegen het feit dat homoseksuelen buiten de officiële geschiedenis
werden gehouden. In het boekwerk over de Tweede Wereldoorlog van L. de
Jong werd het woord homoseksualiteit nauwelijks genoemd. Homoseksuelen
werden niet alleen bij de nationale dodenherdenking geweerd, maar ook
uit de geschiedenis. Uiteindelijk hebben de homoseksuelen dus voor hun
eigen monument gezorgd. Het zijn drie roze driehoeken van graniet, die
samen een vierde driehoek vormen. Het ligt er nu alweer bijna twintig
jaar, en elke 4 mei leggen homoseksuelen van verschillend pluimage er
een krans of bloemen… Er liggen op dat monument overigens bijna elke
dag bloemen. In de
musical Foxtrot
moest de mannelijke hoofdpersoon Willem
Nijholt zijn
vriend een zoen geven. Soms werd er uit het publiek dan gescholden:
‘Vuile poten!’ Nijholt vroeg of de kus eruit mocht, hij vond de
afkeuring van het publiek vervelend. Maar van Annie M.G. Schmidt kreeg
hij de wind van voren: ‘Zeur niet, jongen, je doet pionierswerk!’ We
hebben het over 1977, nog geen veertig jaar geleden. De
wortels van de homo-emancipatie gaan dus niet diep. Dertig jaar geleden
kon een acteur op een podium die zijn medespeler een kuise fictionele
zoen gaf nog uitgescholden worden. Dertig jaar geleden was er nog geen
plek voor een Homomonument. Dertig jaar geleden werden de homo’s nog
uit de geschiedenis geweerd. En het burgerlijk huwelijk staat pas vijf
jaar open voor gelijkgeslachtelijke paren. Thijs
Bartels, 12 april 2006 Historisch
Cafe - recentste column
Roze zaterdag - Gay Pride
Hoewel in New York al in 1970 de eerste Gay Pride Parade werd gehouden, vond in Amsterdam pas in 1977 de eerste grote homodemonstratie plaats. Deze was echter niet gericht op de binnenlandse situatie, maar vond plaats uit internationale solidariteit en met name tegen de antihomo-campagne van de Amerikaanse puritiste Anita Bryant. Dit werd een jaarlijks evenement, dat sinds 1979 Roze Zaterdag heet. Vanaf 1981 vond deze echter niet meer in Amsterdam plaats, maar elk jaar in een andere stad en kreeg toen ook thema's die betrekking hebben op de Nederlandse samenleving. Amsterdam Gay Pride is een feestelijk evenement met een homocultureel karakter. Het wordt sinds 1996 jaarlijks gedurende het eerste weekend van augustus gehouden in de binnenstad van Amsterdam.
Websites