
Otto Knille – Hadrian and Antinous
Antinoüs
of Antinoös (circa 111 — 130) was een Griekse jongen van buitengewone
schoonheid uit Claudiopolis in Bithynia, en vanaf circa 12-jarige
leeftijd in 123 tot aan zijn dood op circa 19-jarige leeftijd in 130 de
eromenos (jonge mannelijke minnaar) van de Romeinse keizer Hadrianus.
Hij vergezelde hem op al zijn verre reizen en op een beroemd geworden
leeuwenjacht. Bij een bezoek aan Egypte verdronk Antinoüs in de Nijl.
Na zijn dood verklaarde de keizer hem tot godheid en liet een stad
bouwen, Antinoöpolis, op de Nijloever. Hij liet overal in het rijk
tempels bouwen met beelden van zijn geliefde. Veel van deze beelden
zijn bewaard gebleven, zodat het gezicht van Antinoüs een van de best
bekende gezichten uit de oudheid is.

Ook liet de keizer bij zijn
paleis Villa Adriana in Tibur (Tivoli) een tempel aan Antinoüs wijden,
het zogenaamde Antinoeion dat in 2006 ontdekt werd. De aan Antinoüs
gewijde obelisk die in deze tempel stond is later verplaatst naar Rome,
waar hij thans in het park op de heuvel Pincio staat.
Er is veel
gespeculeerd over de achtergrond van Antinoüs' plotselinge dood.
Speculaties als zou hij zich aan de Nijlgod Hapy geofferd hebben om de
keizer een langer leven te geven of dat Hadrianus genoeg van hem zou
hebben gehad en hij daarom zelfmoord had gepleegd en meer van
dergelijke theorieën deden de ronde. Hadrianus zelf zei dat hij van de
boot gevallen was.
Latere schrijvers, van christelijke Romeinen
tot Gibbon toe, hebben Hadrianus vaak verguisd voor zijn pederastische
relatie met Antinoüs. De vergoddelijkte jongeling (eromenos) is de
laatste eeuwen ook een icoon voor homoseksuelen geworden. Paul Claes
schreef de roman Psyche (2006) over Antinoüs
Knapenliefde
(Pederastie)
Antinoüs
Homoseksuatilteit
in de geschiedenis (Wikipedia)
Homoseksualiteit
in het Oude Rome
Sodomie
Waarom was
homoseksualiteit zo algemeen in de oudheid? In: Quest
Historie, nr. 3, 2012