Aal de dragonder (? - voor 1710)



Een skelet op een paard. Een beetje gruwelijk dat wel. Het gaat hier om de aan het begin van de 18e eeuw levende Aal de Dragonder. Aal had zich jarenlang succesvol als man voorgedaan. Kennelijk was zij nooit als zodanig herkend.



Aal kwam om het leven bij een vechtpartij. In plaats van een begrafenis wachtte haar, als straf voor haar travestie, het ontleedmes van de chirurg. Ze werd gevild en uitgebeend, waarna haar skelet en huid werden toegevoegd aan de collectie preparaten, botten en schedels die dienden als lesmateriaal. Misschien bewaarde men ook haar organen op sterk water. In ieder geval werd haar huid opgezet en van haar skelet iets bijzonders gemaakt: men zette het op het geraamte van een paard. Zo heeft deze opstelling sinds begin zeventiende eeuw in het Rotterdamse Theatrum Anatonicum in de Boterhal gestaan en werd het aan bezoekers getoond als het skelet van een onbekend vrouwspersoon dat lange tijd als dragonder dienst had gedaan en uiteindelijk door haar kameraden was doodgestoken. Het skelet droeg een muts met daarop in gele letters haar toegewezen naam: Aal de Dragonder. Van haar zijn verder geen afbeeldingen bekend. 

Nadat de snijkamer vanaf 1720 in kermistijd was opengesteld voor het publiek, werd Aal een bekende bezienswaardigheid. Dertig jaar later stonden haar opgezette huid en skelet vermeld in een catalogus van de bezienswaardigheden als ‘Aal de Dragonder, zittende op een paard, met een mes in de hand’ te midden van de skeletten van een ‘doodgeschoten tuindief’, een bedelaar, een gehangene en allerlei dieren (een krokodil, een haaivis, een bok enz.). Nog in 1817 – de school was inmiddels verhuisd naar het Zakkendragershuis aan de Nieuwe Markt – maakte de Duitse arts Eduard Meissner melding van het geraamte van Aal de dragonder, dat toen, in harnas, nog altijd te paard zat. Wanneer zij dat harnas aangemeten kreeg, is onbekend. De al in Meissners tijd langzamerhand verstofte collectie van de geneeskundige school werd waarschijnlijk in 1828 opgedoekt en gedeeltelijk verkocht, weggegeven of weggegooid. Waar Aals stoffelijke resten toen gebleven zijn, laat zich niet meer achterhalen en evenmin wie zij was en waarom zij had besloten als man door het leven te gaan.’


Aal was overigens niet de enige vrouw die als dragonder dienst heeft gedaan in het leger. Geertruid ter Brugge. Van haar is nagenoeg niets bekend. Na haar diensttijd is ze weer als vrouw, in Den Haag gaan wonen, waar ze in 1706 een kind kreeg. In het doopboek liet zij zich inschrijven als ‘La Dragonne’, wat doet vermoeden dat ze onder die naam een bekende persoonlijkheid was. Tegenover al deze zeer vage gegevens staat dat zij de enige vrouwelijke soldaat uit de zeventiende en achttiende eeuw is, van wie een afbeelding bestaat.

Dragonders waren voetsoldaten die een paard gebruikten om zich snel te verplaatsen. In de tweede helft van de zeventiende eeuw waren deze lichte cavaleristen buitengewoon succesvol in de strijd. Hun naam is afkomstig van het Franse dragon (draak) en verwijst naar het vaantje in de vorm van een draak die zij met zich meevoerden. Dragonders waren woeste, ruwe kerels die regelmatig met elkaar op de vuist gingen. Het woord Dragonder ging men daarna steeds meer gebruiken voor een manwijf en de betekenis verschoof van lichte cavalerist naar kenau. Zo heeft Aal toch nog wraak genomen op haar moordenaars. Er is nu bijna niemand meer die bij de naam Dragonder nog aan een man denkt.

Vrouwenlexicon

https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/aaldragonder

Dragonder Wikipedia

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dragonder