Ferdinand Erfmann (1901-1968) (115)



Ferdinand George Erfmann wordt beschouwd als Nederlands beste naïeve schilder. Hij was een excentrieke kunstenaar. Behalve kunstschilder en tekenaar was hij ook toneelspeler en acrobaat. Het meest bekend is hij om zijn figuurvoorstellingen van statische figuren: variétéartiesten, vestiaires, acrobaten, prostituées, baadsters of mannen in travestie.  Het merendeel van deze figuren vereeuwigde hij in een figuratieve stijl die hij zelf kenschetste als psychisch synthetisch realisme.
Zijn stijl had raakvlakken met de stroming die in de twintiger jaren in Duitsland in zwang was onder de naam Neue Sachlichkeit, maar zijn werk springt er onmiddellijk uit: het is volks naïef en elementair. Naïeve kunst wordt gekarakteriseerd door een soort kinderlijke manier waarop het onderwerp wordt uitgebeeld. De schilder koos bewust voor deze naïeve stijl.


Erfmann schilderde vrij schematisch zonder textuur waarbij de figuren een onbewogen pose aannemen. Zijn werk was thematisch geïnspireerd door het klassieke. Dat geldt voor zijn onderwerpkeuze waar bijvoorbeeld naast de reeds genoemde figuren ook krijgers, amazones en andere mythische en Bijbelse figuren toe behoren. Maar het gaat ook op voor zijn stijl en zijn esthetische opvatting dat ze een uiting waren van klassieke schoonheid.
Een ander thema is het gluren en het tonen. De toeschouwer kan via het oog van Erfmann de voorstelling begluren. Dit wordt nog eens versterkt door het lage standpunt dat door de schilder wordt ingenomen. In het geval van zijn zelfportretten en de afbeeldingen waar hij zelf vermomd op staat, is het gluren een correlaat van zijn exhibitionisme.

De man/vrouwrelatie is een derde thema in zijn werk. De vrouwen zijn krachtig en sterk, de mannen schriel en nietig. Hoezeer de vrouw de man de baas is blijkt uit een doek dat hij vlak voor zijn dood schilderde. In ‘Varietéscène’ (1968) zien we een mannelijke en vrouwelijk figuur afgebeeld in een gevechtsscène. De man ligt op de grond. De vrouw, als uiteindelijke overwinnaar, staat met haar voet op zijn borst
Zijn ongewone schoonheidsideaal beeldde hij uit in stevig gebouwde vrouwen met bijna mannelijke armen en benen. Zelf noemde hij ze ‘mastodonten’ en ze representeerden voor hem het vrouwelijk ideaalbeeld. “De eigenlijke oorzaak voor het mislukken van mijn leven is deze”, schreef hij eens, “ik was weg van meisjes met hele zware armen en benen.” Hij beeldde zichzelf ook als vrouw af. 


Thema’s als IJdelheid en onmogelijke liefdes zijn terug te vinden in zijn schilderijen. Ondanks de erkenning die hem aan het eind van zijn leven ten deel viel, voelde hij zich een miskend kunstenaar, een bestaan levend in de marge, een gekwelde travestiet en eenzame vrijgezel. Al In zijn jongere jaren maakte hij er allesbehalve een geheim van dat hij ongelukkig was. Hij had een gefrustreerd liefdesleven. Hij beschouwde zichzelf als mens en schilder als ‘apart’, ‘uitzonderlijk’ en ‘eenmalig’. “Mijn schilderen is eigenlijk een vlucht uit de gruwelijke realiteit van het leven”, zegt Ferdinand Erfmann in het videofragment uit 1968  naar aanleiding van zijn expositie bij Galerie Siau in Amsterdam.
Erfmann reisde veel. De Rijksdienst bezit 20 landschappen en stadsgezichten uit Frankrijk, Italië, Albanië, Spanje en Portugal.
Erfmann kwam uit een Rotterdams theatergezin: zowel zijn ouders als zijn zus waren acteur. Voor de oorlog  stond hij regelmatig op de planken. Misschien dat daar ook de bron ligt van zijn neigingen tot travestie. Hij liep namelijk graag in vrouwenkleren rond. Een obsessie die evenals zijn overige eigenaardigheden terugkomt in zijn werk wat maakt dat het een zeer eigen signatuur heeft.
Erfmann overleed in 1968 op Sardinië, tijdens het zwemmen in de Middellandse Zee.
In 1973 organiseerde het Stedelijk Museum Amsterdam een tentoonstelling van zijn tekeningen en schilderijen.