Jacco van Oostveen. – In: Noord-Hollands Dagblad Stad & Streek, zaterdag 30 mei 2015
Een
jongen in Ajax-trainingspak stapt de woonkamer binnen. Haren in de war
door de fietstocht van school naar huis. Hij ploft neer op de bank en
speelt met zijn telefoon. Niets doet vermoeden dat deze knul dertien
jaar geleden als meisje op de wereld kwam.
Als peuter moet
Sandra al niets van meisjeskleren hebben. “Mama, wanneer krijg ik een
piemeltje?” Een paar jaar later knipt ze zelf happen uit haar lange
lokken, omdat ze net als de jongens in haar klas stekeltjes wil. Haar
ouders denken: dit gaat wel over. “Als straks de puberteit intreedt,
dan komt ze in een kort rokje de trap aflopen”. Zeiden haar ouders
altijd tegen elkaar. Nou mooi niet dus.” Drie jaar geleden keert Sandra
in zichzelf. Ze is humeurig, snel boos. Petra, Sandra’s moeder, gaat de
confrontatie aan. “En nu wil ik weten wat er is”, riep ik. “Ik ben een
jongen”, schreeuwde ze terug. Toen dacht ik: “Dit kan wel eens blijvend
zijn.” Moeder en dochter gaan naar de huisarts, die hen doorverwijst
naar de genderpoli in het ziekenhuis. Een lange reeks bezoeken aan
kinderartsen en psychologen volgt. “Men wil zeker weten dat het kind
het meent, dat het haar oprechte wens is een jongetje te worden. Wij
hadden geen twijfels meer. Bij de huisarts zei Sandra dolenthoudiast:
“Cool, dus mijn borsten kunnen eraf?” Het voelde als een bevrijding
voor het kind. Zij had hier jaren mee gelopen en nu was het eruit.”
Sandra, die vroeg pubert, begint aan een hormonenbehandeling.
“Puberteitsremmers. Het zorgde ervoor dat ze niet meer ongesteld werd.
“Vier, vijf keer per jaar gaat David naar het ziekenhuis, voor
gesprekken en behandelingen. In de toekomst volgen operaties.
“Ontzettend zwaar voor zo’n kind. Maar hij wil het zo graag. Als hij nu
gaat zwemmen moet hij een strak trekhemdje en een t-shirt aan, want hij
is als de dood dat mensen zijn borsten zien. En ik maar zorgen dat hij
niet wordt weggestuurd omdat hij in het zwembad geen shirt mag dragen.”
Volgens de wet mag een kind pas na de zestiende verjaardag officieel
het geslacht laten aanpassen, maar daar wil David niet op wachten. “We
hebben zijn dertiende verjaardag als omslagmoment genomen. Vanaf toen
was ze geen Sandra meer, maar David. Op school maakte hij er een
spelletje van, elke dag onthulde hij een letter van zijn nieuwe naam.
Zijn vriendjes gaan er heel normaal mee om, onze familie en vrienden
trouwens ook. Hoe meer je er van maakt, hoe groter je het maakt. Het is
ook niet zo dat Davind “opeens” een jongen is geworden. Sandra waas
geen meisje dat op een dag zei dat ze een piemeltje wilde, maar David
was een jongen die zich afvroeg, waarom hij nooit een piemel had
gekregen. Nog lijkt hij er zich voor te schamen dat hij als meisje is
geboren. Het is alsof hij zijn vroegere leven niet wil accepteren.
Davids ouders praten gemakkelijk over de nieuwe situatie, maar er waren
genoeg moeilijke momenten. “Je maakt een soort rouwproces mee als je
kind niet langer je dochter is, maar je zoon wordt. Sandra is op haar
dertiende uit ons leven verdwenen en David in ons leven kwam. Broertje
Thijs (11) vindt het niet vreemd dat zijn zusje zijn broertje is
geworden. “David is in mijn ogen nooit echt een meisje geweest. Zijn
enige nadeel is dat hij altijd wil voetballen.” Het transgender-zijn van hun kind heeft het gezin veel moois gebracht. We
voeren prachtige gesprekken met andere ouders van transgenderkinderen.
Er is zelfs een Facebookgroep. Hoe meer we erover praten, hoe meer je
je realiseert: wat doet ertoe of iemand een jongen of een meisje is, we
zijn allemaal mensen. Toch leven we in een maatschappij waarin er een
duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de seksen.
De namen van de hoofdpersonen in dit verhaal zijn gefingeerd